Hilversumsche Molenweegje
/

Een gedenkschrift betreffende de openbare badhuizen in Hilversum sinds 1857

 Click op het ter linkerzijde bovenstaande blokje met 3 horizontale balkjes voor toegang tot de overige tekstsecties.

1935   Crisistijd; tijdelijke sluiting Hilversumsche Bad- en Zweminrichting.

De Zwem Vereniging ‘De Otter’ (opgericht: 1921) maakte tijdens hun ‘zwemuren’ gebruik van het zwembad aan de Badhuislaan. Deze zwemvereniging heeft in ieder geval vanaf 1937 tot de definitieve sluiting van het zwembad in 1948 van het zwembad gebruik gemaakt. De voorafgaande periode is de auteur onbekend. De auteur is van ~1940 tot de sluiting in 1948 lid geweest van deze zwemvereniging.

De vele tijdens wedstrijden gewonnen trofeeën werden bewaard in een grote met glas afgeschermde vitrinekast (afmetingen breed ~200cm en hoog ~150cm). Deze vitrinekast hing in de tussenhal bij de entree en is nog steeds (2017) familiebezit.

De Hilversumsche Zwem Club (HZC) (#18, #19) met 53 leden tijdens de oprichtingsvergadering op 24 augustus 1932 wendde zich kort na haar oprichting tot de Hilversumsche Bad- en Zweminrichting, alsmede tot de gemeente Hilversum met het verzoek tot het in de winter 1932/1933 verkrijgen van ‘zwemuren’ in het zwembad. Het overleg met de gemeente – die garant stond voor een eventueel exploitatie tekort – en met de directeur van het zwembad verliep enige maanden moeizaam. Toch slaagde HZC er in om in de winter 1932/1933 (#20) zwemuren ter beschikking te krijgen om in verenigingsverband het zwembassin te kunnen gebruiken. De HZC heeft dus korte tijd tot de tijdelijke sluiting in ~1935 gebruik gemaakt van het zwembad aan de Badhuislaan.

Omstreeks 1935 is de Hilversumsche Bad- en Zweminrichting aan de Badhuislaan vanwege de crisisjaren en gebrek aan belangstelling tijdelijk gesloten.

 1937   Heropening Hilversumsche Bad- en Zweminrichting.

Op 22 juli 1937 was inmiddels in de Kapelstraat in Hilversum een tweede, overdekt en nieuw zwembad open gesteld uitsluitend om te zwemmen (#20); het ‘Overdekte Zwembad Kapelstraat’. HZC heeft vanaf 1937 in verenigingsverband gebruik gemaakt van het zwembad aan de Kapelstraat. Dit zwembad is in de tachtiger jaren gesloten en afgebroken.

In 1937 heeft Tjapko (Alberts) Jager, *Winschoten 9 januari 1881, †Baarn 10 maart 1962, brood/banketbakker en afkomstig uit Winschoten, Torenstraat, de bad- en zweminrichting aan de Badhuislaan 3 (nu: 15) te Hilversum aangekocht. Dit overdekte zwembad is eveneens in de zomer van 1937 weer open gesteld. Tjapko (Alberts) Jager woonde toen reeds in Baarn op Steijnlaan 6. Zijn zoon Remt (Tjapko's) Klaas Jager (RKJ) *Winschoten 24 maart 1907 †Hilversum 11 augustus 1982 kreeg als directeur/beheerder het beheer over en de leiding van de inrichting. RKJ had in Groningen aan de sportacademie in ~1928 zijn MO-akte lichamelijke opvoeding behaald. RKJ woonde met zijn gezin – toen met 3 kinderen – vanwege de crisisjaren in 1937 op dat moment als badmeester in het openlucht zwembad in Hillegersberg. Hieraan voorafgaand was hij in ~1934/1935 tijdelijk als drukker werkzaam geweest in de drukkerij van Lupko Hekkema te Zuidhorn, Molenstraat 9, een zwager van RKJ en daaropvolgend in de zomers van 1935 in Zuidbroek en 1936 in Muntendam, wederom tijdens de zomer als badmeester in openlucht zwembaden. Vanwege zijn nieuwe functie reden voor RKJ om in 1937 met zijn gezin van Hillegersberg naar de Badhuislaan 3 te Hilversum te verhuizen. Zoals al eerder vermeld is de auteur van dit document (*Amsterdam, 9 september 1933) één van de drie kinderen van RKJ. De auteur kan zich herinneren, dat hij in een open, cabrioletachtige auto met mooi weer samen met zijn ouders van zijn grootouders in Baarn naar Hilversum werd gebracht. Beide oudste kinderen zaten hierbij in de achterbak, die met een zitbank was uitgevoerd (Ford model 48 convertible?) De auteur heeft van 1937 tot 1949 als kind in de bovengelegen bedrijfswoning gewoond. Veel detail informatie betreffende de inrichting en het gebruik van het zwembad is gebaseerd op persoonlijke herinneringen dan wel persoonlijk/familie bezit. Spoedig na de verhuizing van RKJ is het zwembad daarop in 1937 weer in bedrijf gesteld maar nu met RKJ als directeur/beheerder.

De badmeester was de heer Breton, woonachtig op de Badhuislaan16 te Hilversum. Een zus van RKJ, Harmanna (Mannie) Catharina (Tjapko’s) Albronda-Jager, *Winschoten 2 november 1909 †Amsterdam 25 maart 2006 was de badjuffrouw. Zij woonde destijds met echtgenoot Frikko (Koos) Derk Albronda Loosdrechtseweg 23 op de hoek met de Taludweg te Hilversum. Zij had eveneens aan de sportacademie in Groningen de MO-akte lichamelijke opvoeding behaald. De auteur en zijn oudere broer kregen daarbij na verloop van enige tijd als wekelijkse taak om in het  weekend het grint van het voorterrein aan te harken.

Zwemvereniging De Otter heeft vanaf de heropening in 1937 tot aan de definitieve sluiting in 1948 in verenigingsverband gebruik gemaakt van het zwembad aan de Badhuislaan. In de schooljaren 1942/1943 en 1943/1944 is het zwembad ook voor schoolzwemmen gebruikt.

Tijdens de oorlogsjaren WOII heeft het zwembad aan het einde van de oorlog dienst gedaan als eventuele noodopvang in verband met de mogelijke inzet van mosterdgas. Daartoe was op last van de Duitse bezetter een noodvoorraad steenkolen in het zwembad opgeslagen om ten behoeve van de Duitse militairen warm waswater te kunnen maken. In de toentertijd niet meer in gebruik zijnde dames badafdeling lagen in dit verband diverse Duitse attributen opgeslagen met ongewis gebruiksdoel. Bekend is, dat tijdens de oorlog WO-II in Hilversum onder Duits beheer mosterdgas opgeslagen heeft gelegen. Met de algemene spoorwegstaking, die na een oproep daartoe door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen op 17 september 1944 begon en die duurde tot aan de volledige bevrijding op 5 mei 1945, viel de openbare stroomvoorziening ook uit. Hierdoor was er ook haast geen leidingwater meer beschikbaar. Daarmee was de functie van noodopvang door het zwembad tegen gasaanvallen ook niet meer bruikbaar. RKJ heeft toen onmiddellijk het grootste deel van de Duitse noodvoorraad steenkolen vanuit de gewone kolenopslag bij het ketelhuis naar de duistere catacomben onder het zwembassin vervoerd en daar voor zich zelf zeker gesteld. Met deze steenkolenvoorraad heeft RKJ tijdens de beruchte Hongerwinter 1944/1945 voor zijn gezin nuttig ruilhandel/betaling in natura kunnen drijven met de graanmaalderij B&J van de Beek (meel) op de Boomberglaan, met een veeboer aan het eind van de Vaartweg/Gat van Taling (melk) en vergelijkbaar. Door het wegvallen van de elektriciteit en omdat het leidingwater nog maar beperkt geleverd werd, werd daardoor in september 1944 de bad- en zweminrichting noodgedwongen voor onbepaalde tijd gesloten. Deze sluiting duurde tot het einde van WOII op 5 mei 1945.                   

 1945   Heropening zwembad aan de Badhuislaan na de oorlogssluiting.

Spoedig na de bevrijding in mei 1945 kon het zwembad aan de Badhuislaan weer worden heropend. Als badmeester werd door de directie Teus Wingelaar aangesteld, afkomstig uit Loosdrecht. Mevrouw Schwann was de badjuffrouw. Een van de eerste dingen was het vervangen van het dak van de zwemzaal. Daar was inmiddels al spontaan een open gat ontstaan. Vervanging was derhalve hoog nodig. Het complete dak van de zwemzaal is in 1945 vernieuwd met ongeïsoleerde asbestcement dakplaten. Deze dakplaten zijn toen met messing bouten op de stalen spanten bevestigd. Vanwege galvanische corrosie achteraf bezien geen optimale methode. In de machinekamer werd in 1945 een chloreerinstallatie gemonteerd en in gebruik genomen om het gefiltreerde recirculerende zwemwater ook te desinfecteren. Daartoe werd chloorgas in hoge druk cilinders gebruikt, hetgeen voor het bedienend personeel met gevaar gepaard ging. RKJ is door een bedieningsfout daardoor zelf ook getroffen geweest en door ambulancepersoneel medisch behandeld. Ook is in 1945 nog tevergeefs gepoogd de grote grondwaterpomp uit de ~15 meter diepe waterput bij het ketelhuis boven de grond te krijgen. Deze pomp is tot aan de bovenrand van de waterput gekomen, doch is weer naar beneden gevallen. Deze poging is verder gestaakt. Onbekend is of deze diepe waterput naderhand degelijk is afgedekt of voldoende is afgevuld.

Na de oorlog WOII werden op verschillende scholen blauwe kaartjes tegen gereduceerd tarief verkocht, waarmee schoolkinderen op woensdagmiddag in het zwembad konden gaan zwemmen.

 1948   Definitieve sluiting zwembad aan de Badhuislaan. 

Wegens onvoldoende bedrijfsresultaten is in 1948 het gebouw van de N.V. Hilversumsche Bad- en Zweminrichting met aanhorigheden verkocht aan Het Apostolisch Genootschap en is op 27 augustus 1948 het zwembad definitief gesloten. Het gezin van RKJ heeft daarna in 1949 de bovenwoning verlaten. Het gezin is via woningruil met de nieuwe beheerder van het te verbouwen kerkgebouw (#1) vervolgens verhuisd naar de Irisstraat 19A te Hilversum. De Z.V. De Otter schijnt op dat moment met betalingsproblemen haar verenigingsactiviteiten te hebben beëindigd.