Hilversumsche Molenweegje
/

Een gedenkschrift betreffende de openbare badhuizen in Hilversum sinds 1857

 1890   Molenweegje/Badhuislaan.

Click op het ter linkerzijde bovenstaande blokje met 3 horizontale balkjes voor toegang tot de overige tekstsecties.

 

In ~1850 is bij raadsbesluit een ‘Staat der Wegen’ vastgesteld (#4). Hierbij is het ‘Molenweegje’ als ‘notweg’ buiten de bebouwde kom van Hilversum ingedeeld. Een notweg was een functionele indelingscategorie in dit geval met erfdienstbaarheid ten behoeve van derden om hun achterliggende akkers te kunnen bereiken. Het graven van de Oude Haven had in 1850 het ‘Molenweegje’ nog niet bereikt. De akkers op het Loosdrechtse Hoogt waren derhalve via het pad Molenweegje nog normaal bereikbaar voor de Erfgooiers. Naderhand blokkeerde de gegraven Oude Haven deze doorgang. De oudste landkaart met het Molenweegje benoemd ingetekend dateert uit 1824, opgemeten door A. Van Oosterhout, Landmeter van de Eerste Klasse. Het pad lag toen midden tussen de golvende landbouwakkers zonder bebouwing behoudens de molen 'De Erfgooier' met vrijstaande molenaarswoning en een voorzichtig begin van kleinschalige bebouwing met 2 kleine opstallen langs het Molenweegje. De akkers zijn op de kaart keurig in individuele langgerekte (kadastrale) percelen opgedeeld. De Boomberglaan ontbrak toen nog. Het gebied van het latere Suzanna Park/De Boomberg op de Zuidereng was volgens deze landkaart uitsluitend akkerland. De westelijke begrenzing van de bebouwde kom in bedoeld gebied Suzanna Park/De Boomberg lag bij de Elleboogstraat en de Valkenhoflaan.

Op 25 november 1890 is door de gemeente Hilversum het op dat moment particuliere pad, het Molenweegje, dat dus liep van de Vaartweg naar het voormalige openlucht zwembad aan de Oude Haven van G.J.Schoterman uit Amersfoort, de Badhuislaan genoemd. Ofschoon op dat moment van een badhuis nog geen sprake was. Dat pad liep naar de plek, waar naderhand in 1914 een ongemakkelijk steile hardstenen taludtrap met korte aantreden en zonder leuningen met 73 treden     – 15 meter hoog – met 3 tussentableaus (gemeentearchitect: Piet Andriessen (#8)) zou worden gemaakt. Naderhand in 1916 heeft architect Willem Marinus Dudok (#2) als één van zijn eerste werken voor Hilversum in dezelfde hoek van de Badhuislaan met de Couperusweg (tot 1935 Roeltjesweg) een grote, vierkant uit klinkersteen gemetselde straatlantaarn (~4m hoog met gaskousje) gemaakt met aan weerszijden aan de bovenkant van de trap een gemetselde trapafsluiting van enkele meters lang. Deze straatlantaarn was tot in 1945 nog steeds met bovenin een hand bedienbare afsluiter actief aangesloten op het publieke gasnet. De auteur (12 jr.) gebruikte deze vierkante lantaarnpaal als klimpaal en weet dit uit eigen ervaring.

De Badhuislaan was tot ~1890 een onverhard particulier zandpad met de naam Molenweegje. Waarschijnlijk, omdat op het heuvelterrein, waar Boomberglaan, Badhuislaan en Vaartweg samen komen, zijnde het hoogste punt (~+25m NAP) van de nabije omgeving, de windkorenmolen ‘De Erfgooier’ stond. Voorafgaand was het Molenweegje het toegangspad vanaf de Moelen Dryft (Vaartweg) met de molen De Erfgooier naar het Loosdrechtse Hoogt. Deze korenmolen was toen de derde versie in opeenvolging en is in oktober 1920 afgebroken, waardoor de molenaar/eigenaar J.van Dompselaar zijn erfgooierschap verloor. De windmolen is vervolgens vervangen door een graanmolen met dieselmotor aandrijving. De betreffende Hinderwetvergunning uit 1927 ten name van B. & J. van de Beek is tenslotte in augustus 1969 vervallen verklaard.

 De oudste molen op dat terrein dateert uit ~1450 (#4). Op de zogenaamde ‘Ronde Kaart van het Gooiland’ uit 1524 wordt op deze plek een molen op een heuvel weergegeven.. In het verdere verleden werd de latere Vaartweg daarom achtereenvolgens genoemd: “Den Moelen Dryft”, van november 1829 tot mei 1876 het “Moleneind” en van mei 1876 tot 27 december 1883 de “Molendrift” (#4) en daarna Vaartweg. Het molenrecht van de molen De Erfgooier dateert van vóór 1500. In het historisch archief uit die tijd van de Erfgooiers waarschijnlijk traceerbaar, want de molenaar was een niet-scharende Erfgooier. Onduidelijk is of 'De Erfgooier" ook een windrecht bezat.

In de omgeving van de molen De Erfgooier heeft nog een tweede molen gestaan, n.l. een houtzaagwindmolen (molendatabase nr. 15478). Deze molen stond (12 april 1797): ‘… tegen het Eynd ten zuyden der zoogenaamde Turfvaart…’. Deze houtzaagwindmolen heeft vermoedelijk op hoger gelegen terrein bij het einde van de Turfstraat gestaan (#6, #25) aan de rand van het Loosdrechtse Hoogt nabij de huidige Joodse begraafplaats. Deze houtzaagwindmolen is in de verte zichtbaar naast de molen De Erfgooier op een kopergravure (#6) van Hilversum uit de periode 1797 tot <1808, gemaakt door Anna Catharina Brouwer *Amsterdam 1772.  In 1832 bij de invoering van het kadaster was deze molen verdwenen. Het huidige Haventerrein was vóór 1930 doorsneden met diverse ontzandingsvaarten.

1911   Vereniging Volksbaden Hilversum.

Op 26 oktober 1911 werd de Vereniging Volksbaden Hilversum opgericht. In 1911 stichtte de Vereniging Volksbadhuis Hilversum voor de arbeidersbevolking op de hoek van de Gasthuisstraat 38 en de Mauritslaan aan de havenzijde een openbaar badhuis (#10, #14) in een voormalig ziekenhuisje; vroeger 'gasthuis' genoemd. Dit badhuis omvatte drie badkuipen en elf douchecellen in eenvoudige doch praktische  uitvoering, afgestemd op de eenvoud van de arbeidersbevolking. Deze voorziening bleek al snel te klein en werd in 1925 afgebroken. De Vereniging Volksbaden Hilversum wendde zich vervolgens in 1916 tot de Hilversumse gemeenteraad met een verzoek tot financiële ondersteuning bij uitbreiding van de gemeentelijke badfaciliteiten in volkswijken.